ictzorgen.nl

De twitterende huisarts

12-04-2010

Heeft een huisarts er iets aan om te twitteren? Te wat? Twitteren, of in goed Nederlands: kwetteren. Twitter is een site waar je korte berichten kunt achterlaten. Je kunt anderen volgen, en mensen (“tweeps”) die jouw gekwetter interessant vinden, volgen jou. Miljoenen mensen wereldwijd gebruiken het. Waar gaat het dan over? Over alles. Er zijn geen regels: anything goes. Ook in Nederland wordt Twitter volop gebruikt. Even terug maakte ik een lijstje van Nederlandse huisartsen op Twitter. Ik kwam vooralsnog niet verder dan 19 huisartsen. Heeft het voor een huisarts wel zin om te twitteren? Het moet je liggen. Je moet er (een beetje) tijd voor maken. Misschien brengt het niet wat je zou willen. Maar: het is gratis, het is leuk en kan héél nuttig zijn. Ik ben dan wel geen huisarts, maar mij heeft het al veel gebracht: werk, nuttige contacten, interessante discussies en antwoorden op veel vragen. Heeft het dus zin? Ja, maar het is geen doel op zich. Afhankelijk van wat je zou willen bereiken, kun je het op allerlei manieren inzetten. Er zijn al algemene lijstjes (zoals deze) met redenen om te gaan twitteren. Ik beperk me even tot redenen voor de huisarts – en misschien ook andere zorgverleners – om te gaan twitteren. Een opsomming:

  1. Informatie halen
    Via Twitter is een schat aan informatie te vinden, net als op het hele Internet. Door specifiek bepaalde “tweeps” te volgen, kan je die enorme stroom aan informatie specifieker maken. Zo twittert vakblad Medisch Contact dagelijks over actuele onderwerpen, met links naar complete artikelen. Omdat het blad online meer actueel is dan de wekelijkse uitgave, is bijblijven heel gemakkelijk. Een paar nuttige bronnen op Twitter:

    Een aandachtspunt, bij alle informatie op Internet, is het door een mede-twitteraar genoemde onderscheid tussen signaal en ruis. Via Twitter krijg je veel informatie in kleine brokjes binnen. Je zult zelf moeten bepalen hoe je daarmee omgaat. Bijvoorbeeld door gericht zoektermen te gebruiken om informatie te vinden, of door lijstjes te maken met “tweeps” die je volgt, gerangschikt naar onderwerp (bijvoorbeeld: nieuws, werk, privé, medisch, hobby, in-het-echt-ontmoet).

  2. Informatie brengen
    De hamvraag voor veel beginnende tweeps is: wat moet ik melden? Eigenlijk heel eenvoudig: wat je wilt. Als je doel is om over je vak te praten, doe dat dan. Als je privé informatie (“vandaag de kids weer naar school gebracht”) niet wilt delen, doe dat dan niet. Je bent zelf het filter op de informatie die je wilt delen.
    Geredeneerd vanuit de huisartsenpraktijk zijn de onderwerpen legio. Behalve zaken die je bijvoorbeeld op je praktijkwebsite meldt, kun je ook korte berichten opnemen over personeelswisselingen, uitloop van spreekuren, vakanties, nieuwe ontwikkelingen in de praktijk etc. etc. Ieder zal voor zichzelf moeten bepalen welke balans tussen zakelijk en privé op Twitter wordt gevonden. Mijn persoonlijke ervaring is dat juist het óók delen van persoonlijke informatie heel verrijkend werkt. Het geeft je het gevoel dat je iemand al een klein beetje via Twitter leert kennen.
  3. De open dialoog
    In de ruimte kletsen wordt al gauw vervelend en motiveert niet. Daarom is het goed het gesprek aan te gaan. Reageer op berichten van anderen, voer korte gesprekjes via die berichten, en wees gul. Twitter is een sociaal medium en een heel mooi voorbeeld van de geschenkeneconomie: als je veel geeft, krijg je ook veel terug.
    Het kan zelfs gebruikt worden voor de communicatie met de patiënt. Die kan immers vragen stellen. Via het medium kan snel antwoord worden gegeven, kan een patiënt op weg worden geholpen, gerust worden gesteld, of kan zelfs een consult op de praktijk worden voorkomen. Natuurlijk zitten hier haken en ogen aan, maar het is heel denkbaar. Sterker nog: het tweetspreekuur heeft dit al in de praktijk gebracht. Ondertussen twitteren velen al over de huisarts, zoals hieronder is te zien.
  4. Drempels weg
    Een van de mooiste dingen van Twitter vind ik de laagdrempeligheid ervan. Niets houdt je tegen om een berichtje aan je favoriete politicus te sturen. Niets houdt je tegen om te reageren op berichten, discussies te starten.  Door zelf te twitteren én te reageren op wat anderen je vragen, wordt het leggen van contacten heel eenvoudig.

Tot slot enkele praktische tips: om te beginnen met Twitter, maak je een profiel aan op Twitter.com. Met dat profiel kun je vervolgens via die site, maar ook op diverse andere manieren beginnen met twitteren. Voor de meeste mobiele telefoons zijn bijvoorbeeld Twitter programma’s voorhanden, zodat je ook onderweg kunt bijlezen en bijdragen.  Begin vervolgens met het volgen van voor jou situatie interessante tweeps: zoals tijdschriften, politici, bekende Nederlanders, óf natuurlijk bekenden die al Twitteren. En lees vooral ook enkele nuttige tips voor de twitterende medicus. En dan begint het pas…

P.S. I: Dit bericht kwam ook tot stand dankzij Twitter. Op mijn vraag “waarom zou een huisarts kunnen gaan twitteren” kwamen in een mum van tijd veel nuttige suggesties en commentaar binnen, die verwerkt zijn in dit artikel.

→ 5 reactiesTrefwoorden:

Waarom het EPD er niet komt – gastblog

30-03-2010

De samenleving wordt gedomineerd door angst als motief om dingen te doen of te laten, zeker na 9/11 is dit dominant in het veiligheidsdoen en – denken. Annex is er in toenemende mate een “mortaliteits-cultuur”, waarbij de lengte van het leven maatstaf is en minder de gezondheid door het leven heen. Dat heeft betekenis voor de verdeling van zorg-geld. Beide denkrichtingen versterken de idee van de maakbaarheid van de samenleving. Dit laatste geldt ook voor het EPD. “Het EPD komt er niet” is geen visie, maar een feit over de grens van de maakbaarheid heen. Verder is wel visie, dat het te grensoverschrijdend denken (veiligheid, privacy, patiëntenpositie) ook zal bevorderen dat Het EPD er nooit komt.

[Lees verder →]

→ 3 reactiesTrefwoorden:

Waar zit het EPD lek?

26-03-2010

Het was geen goede week voor het landelijk EPD. Deze week kwam de Eerste Kamer opnieuw met experts bij elkaar, met een matige uitkomst. Er zijn nog veel misverstanden, men ziet de toegevoegde waarde van een landelijk systeem nog niet, en het kan nog wel tot het najaar duren voordat het wetsvoorstel afgehandeld wordt.

Een dag later werd breed uitgemeten dat cruciale EPD diensten als het UZI formulierenregister en de dienst om Burger Service Nummers (BSN) op te vragen te kampen hadden met storingen. Critici hadden het antwoord al klaar: “zie je wel…” leek de tendens. De quote “Maar er zijn ook wel eens maanden geweest dat er helemaal niets aan de hand was” werd regelmatig aangehaald. En dat was nog niet alles.

Het landelijk EPD is veel veiliger dan regionale netwerken, is altijd de stelling. Regionale netwerken zijn onderzocht. Nu is ook het landelijk EPD onder de loupe genomen. Guido van ‘t Noordende, wetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam, was een nieuw gezicht bij de rondetafel bijeenkomst afgelopen maandag. Hij presenteerde daar al de  weinig opbeurende resultaten van een onderzoek naar de veiligheid van het landelijk EPD. De basis voor dat onderzoek werd al in 2008 gelegd door student Niels Sijm in het “Onderzoeksrapport LSP:  Privacy en security in het Landelijk Schakelpunt“. Vandaag werd het onderzoek gepubliceerd.  De media pikten het massaal op: “EPD gewoon lek” kopte Nu.nl, “EPD niet goed beveiligd” volgens NRC en volgens Joop.nl is het “EPD gekraakt door onafhankelijk onderzoek“. Alleen door ingrijpende hervorming van de huidige AORTA architectuur zou daar iets aan te doen zijn. NICTIZ reageerde: het onderzoek was zorgvuldig en er zullen zeker aanbevelingen worden meegenomen, maar “Wij hebben een afweging gemaakt op basis van de praktijk. Dat is iets anders dan de theorie.” Maar wat is er nu eigenlijk mis? Waar zit dat lek dan? Samengevat de belangrijkste knelpunten die het onderzoek signaleert:

  • Mandatering,  waarmee artsen hun medewerkers namens henzelf toegang geven tot het EPD, blijkt erg eenvoudig te misbruiken. Het LSP heeft geen mogelijkheden om te controleren dat de medewerker écht is gemandateerd;
  • Er is geen end-to-end authenticatie: informatie over de authenticiteit van een zorgverlener wordt wel naar het LSP gestuurd, maar niet doorgestuurd naar het systeem aan de andere kant. Zo weet dat systeem niet met zekerheid dat het werkelijk met die andere zorgverlener communiceert. Bij een kraak van het LSP is dat een ernstig risico;
  • De controle op het feit of er een door de patiënt goedgekeurde behandelrelatie bestaat is niet in het LSP geregeld, maar decentraal, in de zorginformatiesystemen. Het LSP kan dit niet controleren;
  • Er wordt beperkt rekening gehouden met inbraken in zorginformatiesystemen of het Landelijk Schakelpunt (LSP);
  • Patiënten hebben in het huidige model geen mogelijkheid om nieuwe informatie die wordt toegevoegd te blokkeren voor opname in het EPD. Gepleit wordt voor een fijnmaziger manier om toestemming en bezwaar aan te tekenen;
  • Opgenomen gegevens kunnen verwijderd worden, maar nooit helemaal: het LSP bewaart deze gegevens voor een bepaalde periode, de zogenaamde “reconstructiehorizon”.

Het geheel aan aandachtspunten overziend, bekruipt je het gevoel: dit is niet goed. Dit is niet alleen maar een klein beetje concessies doen aan praktische bezwaren tegen beveiligingsmaatregelen, dit is ernstiger. Hoe kan dit, na zoveel jaren werk? Tunnelvisie? Ik ben heel benieuwd naar een weerwoord van NICTIZ. Of welke aanbevelingen NICTIZ concreet gaat overnemen om de geconstateerde tekortkomingen aan te pakken.

→ 0 reactiesTrefwoorden:

Klein EPD comité

22-03-2010

Vandaag vergadert de Eerste Kamer opnieuw over de EPD wet. Na de expert meeting in december wordt het nu een “rondetafelgesprek” genoemd. Opnieuw worden vier thema’s behandeld: kwaliteit van gegevens, toegang/beveiliging, landelijk/regionaal en positie en rechten van de patiënt. De genodigdenlijst is in vergelijking met die eerdere bijeenkomst wel heel karig. Genodigd zijn NICTIZ, de artsenkoepels LHV en KNMG, het CBP en enkele wetenschappers. Heel opvallend is dat enkele cruciale actoren niet aan tafel zitten. Zo is er geen vertegenwoordiging vanuit de NPCF, terwijl de materie toch primair voor de patiënt bedoeld is. Ook vreemd is dat de eerste groep zorgverleners die mee moet gaan doen aan het landelijk EPD, de apotheken, volledig ontbreekt. Ten slotte is ook de industrie, onder meer verenigd in OIZ, niet aanwezig. Wellicht hebben deze en andere belanghebbenden een plekje gevonden op de publiekstribune. Aan de stukken te zien gaat het dit keer namelijk niet om een besloten bijeenkomst.

Update: tijdens de bijeenkomst bleek dat NPCF en de Diabetes Vereniging Nederland (DVN) wel aanwezig waren. Kennelijk een last minute beslissing, want vandaag nog werd een open brief aan de Eerste Kamer gepubliceerd. Hierin hamerde men er nogmaals op dat de patiënten ook vertegenwoordigd dienen te zijn.

→ 0 reactiesTrefwoorden:

E-mailen met de dokter

10-03-2010

In een interessant artikel in Medisch Contact stelde gynaecoloog van Aken “Het verbaast ons dat veel artsen nog medische gegevens naar patiënten mailen. Zelfs met toestemming van de patiënt, is het strafbaar”. Ik vroeg me op Twitter af of dat wel zo was. Algemene tendens van de reacties: niet strafbaar, maar zonder extra maatregelen is het op zijn minst zeer onzorgvuldig. E-mail van arts naar patiënt en vice versa kan zonder versleuteling van gegevens en zonder garantie dat de andere partij werkelijk de andere partij is inderdaad onveilig zijn. Neem alleen al de situatie dat er een mail wordt verstuurd naar een algemeen mailadres in een gezin. Dit kan dan door iedereen in huis worden gelezen. Niet handig als het heel gevoelige informatie is.

Vandaag publiceerde Medisch Contact een korte bijdrage over dit onderwerp. Een lezer had gereageerd en het net als ik opvallend gevonden dat e-mail strafbaar zou zijn. Dit blijkt dus inderdaad niet het geval. Van belang hierbij zijn diverse wetten, waar onder meer het College Bescherming Persoonsgegevens praktische richtlijnen bij geeft. In het informatieblad “Uw omgang met medische gegevens” schetst het CBP hoe met e-mail moet worden omgegaan:

Voor het e-mailen van medische gegevens dienen ook voldoende beveiligingsmaatregelen te worden getroffen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het opstellen van een gebruikersrichtlijn en het implementeren van anti-virus- en anti-spamsoftware. Daarnaast moet de opslag van e-mails beveiligd zijn tegen onbevoegde toegang en de medische gegevens dienen versleuteld (via encryptie) verzonden te worden. Tevens is het zinvol loggingfaciliteiten aan te brengen. Hiermee kan achteraf de oorzaak van eventuele calamiteiten worden opgespoord en kunnen maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen.

Ook de KNMG richtlijn online arts-patiënt contact schetst randvoorwaarden waar aan voldaan moet worden. Het kan dus wel. Waarom gebeurt het dan niet op grote schaal? Een e-consult met e-mail als drager van medische informatie wordt nog maar weinig gebruikt, om maar iets te noemen. Het heeft voor een deel te maken met de gebruikers: zowel artsen en patiënten zullen ervoor moeten zorgen dat aan bovenstaande voorwaarden is voldaan. Dat is niet zo eenvoudig. Technisch is het wel mogelijk, zelfs zonder kosten voor software, maar welke arts c.q. patiënt versleutelt zijn mailtjes? Kijk naar je eigen mailbox: hoeveel van je mail wordt versleuteld uitgewisseld?

In managementspeak heeft men het wel eens over “laaghangend fruit”. Dit is daar een voorbeeld van: iets wat niet al te ingewikkeld is, klantvriendelijk, efficiënt en wat met niet al teveel kosten kan worden aangepakt. Wat kunnen we doen om dat fruit te plukken?

http://www.cbpweb.nl/Pages/inf_va_omgang_med_gegevens.aspx

→ 3 reactiesTrefwoorden:··

Positie papier – 23 EPD meningen

04-03-2010

Voor de EPD expert meeting mochten experts, belangstellenden/hebbenden een position paper indienen. Al eerder waren na wat zoekwerk een aantal van die papers online te lezen, maar een groot deel was nergens te vinden. Gelukkig heeft de Eerste Kamer nu alle papers online gezet. Het heeft niet zoveel zin om alles in detail te bespreken. Er zijn maar liefst 23(!) position papers bij gekomen. Daarom heb ik hier een samenvatting gegeven van de nog niet eerder gepubliceerde papers.

Algemeen
Op enkele uitzonderingen na zijn alle papers overwegend positief over het globale idee van het landelijk EPD. Maar men stipt, redenerend vanuit de eigen achterban c.q. kennis/kunde, steeds verschillende knelpunten aan die de verdere invoering in de weg staan. Vrijwel alle papers houden zich keurig aan een – kennelijke – limiet van maximaal 2 A4tjes. Uitzondering is de al eerder gepubliceerde en beruchte paper van Vincent Icke. Helaas houdt niet iedereen zich aan de beantwoording van de vragen gesteld door de Eerste Kamer. Sommigen laten die vragen zelfs voor wat ze zijn om te focussen op een enkel onderwerp. En kennelijk was er bij sommigen haast bij, want in diverse papers wemelt het van de taal- en spelfouten. Helaas is niet helder op welke gronden experts al dan niet zijn uitgenodigd. Zo vond ik het vreemd dat Hooghiemstra, jurist bij HEC en voormalig juridisch expert bij NICTIZ, op de genodigdenlijst ontbrak. Andere niet genodigden droegen punten aan die ook al door anderen werden aangedragen (bijvoorbeeld de Orde van Medisch Specialisten en het NHG) óf waren in hun paper erg beperkt van focus (Wijnsma Services). Alle papers lezende, komt een aantal thema’s steeds weer terug. Dit zijn ook deels de door de Eerste Kamer gestelde vragen.

Invoering
Partijen achten het realistisch dat binnen enkele jaren er een basis-EPD is, gevuld door medicatie- en huisarts informatie. Er wordt veelal gepleit voor het maken van vaart, maar dan wel met een beperkte insteek: eerst die “hoofdstukken” realiseren, en dan verder. De vrees bestaat dat er opgebouwd momentum nu niet benut wordt als er nu geen vaart wordt gemaakt (NvZ). Elke partij noemt wel mitsen en maren en randvoorwaarden. Met een beperkt verwachtingspatroon en inspanningen op genoemde twee dossiers zouden we de komende jaren verder kunnen komen. Vanuit de verpleging wordt aangekaart dat dit veel langer kan gaan duren, onder andere door de “omslachtige opzet en gebrek aan regie”. Tien jaar lijkt die sector realistischer. De toegevoegde waarde van het EPD wordt door velen wel gezien. Dat ligt hem niet zozeer in “harde” aantallen zoals te vermijden medische fouten. Daarvoor is zelfs nauwelijks hard wetenschappelijk bewijs. De waarde ligt meer in versterking van de rol van de patiënt (zie hierna) en in het nu eindelijk uitrollen van een veilige landelijke infrastructuur. Pharmapartners, marktleider in huisarts- en apotheeksystemen, benadrukt dat het landelijk EPD geen implementatietraject, maar eigenlijk een voortdurend ontwikkeltraject is. Een ontnuchterende zienswijze.

Rol patiënt
De rol van de patiënt binnen het landelijk EPD wordt regelmatig aangestipt. De echte meerwaarde van het EPD ligt in het versterken van de rechten van patiënten, bijvoorbeeld door inzage mogelijkheden te scheppen. Dit enorme belang wat door velen wordt onderstreept (soms als een harde randvoorwaarde) staat in schril contrast met de realiteit. De patiënt werd in het landelijk EPD tot voor kort “stiefmoederlijk” behandeld (Stegwee), en de vooruitgang op het gebied van patiëntinzage in gegevens en logging is maar heel beperkt. Koepels waarschuwen ervoor dat het oorspronkelijke doel van het EPD (betere informatieuitwisseling tussen zorgverleners) en het “nieuwe” doel om patiënten ook toegang te geven, twee elkaar bijtende zaken zijn. Er wordt dan ook gepleit voor het loskoppelen van deze trajecten, het een kan zonder het ander lijkt de mening.

Wetgeving
Bijna geen enkele partij waagt zich aan werkelijk inhoudelijke uitspraken over de voorliggende EPD wet. De KNMG en Hooghiemstra vormen hierop de positieve uitzonderingen. Waar (zie hiervoor) veel partijen reppen over patiëntrechten, stelt Hooghiemstra (zoals eerder) dat er geen sprake is van een dossier-eigendom bij de patiënt. Daarover verschillen de meningen dus. De KNMG pleit voor een beperkte wet, die kaderstellend is. Daarbij is het dan wel de vraag in hoeverre wetgeving dan nog nodig is. De actualiteit lijkt dat idee te bevestigen.

Beveiliging
Dit thema komt prominent aan bod bij onder andere de paper van Jacobs, die al eens eerder voor een “nationale ramp” waarschuwde als het EPD wordt misbruikt. Hij pleit voor meer waarborgen om o.a. de behandelrelatie tussen zorgverlener en burger te verifiëren en aanvullende maatregelen om patiënt toegang en UZI pas gebruik te beveiligen. Van der Staaij (Atos) focust niet op de technische maatregelen, maar ziet vooral het beperkte “risicobewustzijn” in de zorg als een bedreiging. De mens is de zwakke schakel. Ook de CHN, recent als eerste huisartsenpost NEN7510 gecertificeerd, stipt dit punt ook aan: de inspanningen betreffen 10% techniek en 90% gedragsverandering.

Regio en/of landelijk
Dit thema stond op de agenda van de expert meeting en wordt door veel partijen ook aangestipt. Daarin worden soms verschillende zaken door elkaar heen gehaald. Enerzijds is er sprake van regionale systemen (houtje-touwtje genoemd door Jacobs), anderzijds is er sprake van regionale implementatie. Twee duidelijk verschillende dingen. Met name vanuit de praktijk klinkt de roep om meer aan te sluiten bij wat de regio wil, en daar de implementaties op te richten. Dat staat los van de technische aanpak. De CHN schetst het probleem wat ontstaat als de ene regio wel landelijk communiceert en de andere niet. Huisman, voormalig manager OZIS, benadrukt nog even dat met een jaarlijks budget van 130.000 euro voor de stichting OZIS veel meer is bereikt dan de vele miljoenen die het landelijk EPD jaarlijks kost.

Beeldvorming
Een aantal partijen onderstreept dat er een probleem is met de beeldvorming rondom het EPD. Deze is vertekend en kan leiden tot een vertrouwenscrisis tussen burgers (zorgverleners incluis) en de overheid. Dat leidt dan in potentie weer tot verlies van draagvlak. Tekenend hiervoor is dat ook in enkele papers onjuiste veronderstellingen worden gedaan en er met zevenmijlslaarzen door veel materie wordt gestapt. Communicatie rondom het landelijk EPD: een wereld te winnen…

Binnenkort gaat de behandeling van de wet verder, waarbij opnieuw een bijeenkomst wordt georganiseerd met experts (en belanghebbenden). Uit de wandelgangen lijkt het erop dat veel van de aanwezigen in december ook dan weer worden uitgenodigd. Het is te hopen dat de discussie dan antwoorden oplevert en de kern gaat raken.

→ 0 reactiesTrefwoorden:·

De karavaan trekt verder

01-03-2010

Update: de Eerste Kamer besloot gisteren meer tijd nodig te hebben om o.a. het EPD als controversieel te betitelen. Uitstel van uitstel, zo leek het. Vandaag meldde de Eerste Kamer dat het gesprek over het EPD verder gaat. Op 22 maart vindt een rondetafelgesprek plaats, opnieuw met experts en koepels. Dus geen controversieel dossier meer? Gelukkig zijn inmiddels alle position papers die werden ingediend, online te vinden. Ook van de niet uitgenodigde partijen.

Morgen beslist de Eerste Kamer of de behandeling van de EPD wet doorgaat, of dat het het stempel “controversieel” krijgt. De behandeling van de wet tot nog toe is al bijzonder te noemen. Terwijl de Tweede Kamer al meer dan een jaar geleden het wetsvoorstel “Wijziging van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg in verband met de elektronische informatieuitwisseling in de zorg” goedkeurde, neemt de Eerste Kamer uitgebreid de tijd.

In december werd een expert meeting gehouden waarin de kamer experts en belangenorganisaties aan de tand voelde over het gevoelige dossier. Die bijeenkomst was op zich al opzienbarend. Een expert meeting is niet gebruikelijk, en het gesloten deur karakter van de bijeenkomst deed ook heel wat wenkbrauwen fronsen. Na afloop gonsde het van berichten, waarbij al snel duidelijk werd dat er meer vragen werden opgeroepen dan beantwoord. Het is ook zeer complexe materie. Het opvallende is dat, als je het verslag leest, het niet zozeer gaat over de vraag wat men van de wet vindt, maar vooral wat men van het voorgestelde EPD in al zijn complexiteit vindt. Gevolg: informatie over techniek, standaarden, gedrag van zorgverleners, een ingewikkelde architectuur, een berg aan afkortingen én veel verschillende gezichtspunten. Het moet de kamerleden soms hebben geduizeld. Was het niet verstandiger geweest alleen experts en géén belangenorganisaties uit te nodigen?

Dat de kamer er nog niet uit is, blijkt al kort daarna. Senator Dupuis meldde al eerder hoe ze over het EPD denkt, en kondigde ook aan dat de behandeling nog wel even zal duren. Tot even geleden was het de bedoeling dat er een tweede, kleinere expert meeting gehouden zo worden, waarna medio april de behandeling verder zou gaan. De val van het kabinet gooit wat roet in het eten. Morgen wordt behandeld – en besloten? – welke onderwerpen volgens de Eerste Kamer controversieel zijn. Er zijn geen criteria voor wat controversieel is in deze context, de politiek maakt haar eigen afweging. Maar maakt het eigenlijk iets uit als de wet in de koelkast wordt gezet? Is dat erg? In eerste instantie dacht ik: ja, dat is erg. Hebben we eindelijk een stuk wetgeving voorliggen, een wet die op termijn de verplichting tot aansluiting op het landelijk EPD mogelijk maakt, blijft het weer liggen. Laat de politiek vooral haar proces doorvoeren en besluiten (wat ze dan ook besluiten).

Inmiddels heb ik die gedachte enigszins moeten bijstellen. Er is een politieke en een ambtelijke of, zo je wilt, een praktische realiteit. Politiek kan het wel als controversieel bestempeld worden, maar ondertussen gaat de karavaan wel gewoon verder. Topambtenaar Ellen Maat onderstreepte dat vandaag in het verre Atlanta nog eens: “EPD-wet wel of niet controversieel, invoering EPD gaat gewoon door, alleen verplichting laat op zich wachten.” Zo. Duidelijke taal. En die subsidie voor aansluiten, ja, die houdt een keertje op natuurlijk. Tja, waar maakt de Eerste Kamer zich eigenlijk druk over?

Neemt niet weg dat er nog heel wat puzzels op te lossen zijn. Zo zijn er recent twijfels ontstaan over het toezicht op het landelijk EPD, wat ook door het CBP wordt erkend. Ook zaken als de controle op behandelrelatie, de moeilijke problematiek van regionale en landelijke communicatie en het creeëren van draagvlak onder zorgverleners zijn allemaal ingewikkelde aandachtspunten. Ingewikkeld genoeg om er politieke consequenties aan te verbinden? Morgen gaan we het merken. Ik zou graag zien dat de Eerste Kamer besluit het dossier te behandelen en de tijd neemt, inclusief discussies met experts, om een besluit te nemen. De politieke realiteit kan na deze zomer wel weer eens een heel andere zijn. Overigens trekt de karavaan wel gewoon verder.

→ 0 reactiesTrefwoorden:·

Goede voorbeelden

01-02-2010

Het is heel gebruikelijk om als er over zorg & ICT in Nederland wordt gesproken te stellen dat het allemaal niet geweldig is. Misschien wel een Nederlands trekje? Zelf heb ik daar ook nog wel eens een handje van. Maar ik durf ook de stelling aan dat we het in Nederland nog helemaal niet zo slecht doen. Kijk naar recente berichten uit België, waar men de grote papieren brei wil digitaliseren. In Nederland is dat al voor een heel belangrijk deel gelukt. Denk aan declaraties, recepten, labuitslagen en ontslagbrieven. Jaarlijks worden er miljoenen van die berichten alleen nog maar digitaal uitgewisseld.

Natuurlijk is de vraag vooral: wat beschouw je als “het goed doen”? Net zoals sterftecijfers niet alles (…) zeggen over de kwaliteit van een ziekenhuis, zeggen harde cijfers over bijvoorbeeld percentages geautomatiseerde dokters nog weinig. Het Commonwealth Fund heeft diverse onderzoeken gedaan naar de stand van zaken op HIT (Health & IT) vlak in verschillende landen. Huisarts en IT expert Coen Smit schreef hiervoor een briefing paper, oftewel een samenvatting van hoe het er nu voor staat met de Nederlandse zorg & ICT, met name vanuit het perspectief van de huisarts. Ik mocht hier een bescheiden bijdrage aan leveren. Het resultaat is voor ingewijden ongetwijfeld bekende materie. Het is ook geen mening of visie, maar een goede samenvatting van waar we nu in Nederland staan op dit gebied. Uit die paper, en uit een snel rondje langs sites op het web, een paar mooie cijfers en feiten.

  • 100% van de apotheken en huisartsen gebruiken een AIS c.q. HIS (apotheek / huisarts informatie systeem);
  • 94% van de huisartsen gebruikt hun HIS voor medische verslaglegging;
  • 92% van de recepten wordt elektronisch ingevoerd (en dus gecontroleerd op dosering, interacties, contraindicaties etc.);
  • Vrijwel alle diagnostische diensten (lab, radiologie, microbiologie) en alle ziekenhuizen kunnen elektronisch uitslagen versturen naar de huisarts;
  • Nederland heeft een uniek identificerend nummer voor elke patiënt klant (BSN);
  • Via het Internet kun je als klant je zorgverlener vinden, beoordelen én er zaken mee doen.
  • Voor steeds meer situaties zijn e-therapy oplossingen voorhanden: via het Internet worden mensen geholpen met bijvoorbeeld hun depressie, alcohol- of gokverslaving;

Ja, natuurlijk kan het beter. Op elk van deze bullets is wel iets aan te merken. Er zijn artsen die niet of minder goed geautomatiseerd zijn. Er is nog géén “eenheid van taal”. Het landelijk EPD komt er maar niet (snel genoeg). In het ziekenhuis loopt men nog met vuistdikke dossiers rond (maar dankzij de iPad natuurlijk niet lang meer). Patiënten hebben nog niet altijd en eenvoudig inzage in hun eigen dossier. Allemaal waar. Maar laten we ook de mogelijkheden die er zijn positief waarderen en daar meer gebruik van maken. Er is veel tijd, geld en energie te besparen en veel plezier en klanttevredenheid te winnen.

P.S. Meer goede voorbeelden van harte welkom!

→ 2 reactiesTrefwoorden: