Voordat u stemt

Op de site van tijdschrift Digitaal Bestuur staan vandaag twee posts van Olf Kinhorst (Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen) en Pieter Wisse, beide over het EPD. Het eerste artikel gaat in op de complexiteit van het dossier. Het is niet zo klip en klaar als men soms (ook volksvertegenwoordigers) denkt. Veel adders onder het gras, dus bezint eer ge stemt. De tweede post rekent af met een aantal mythes rondom het hoe/wat/waar van het EPD. Ik ben nog niet in de gelegenheid ze helemaal door te lezen, maar plaats ze wel alvast als mogelijk interessante bijdragen. De site heeft een eigen hoekje voor EPD gerelateerde artikelen, de “EPD blogs”. Jammer dat je daar niet direct op kan reageren. Dat doe ik dan straks wel hier ūüėČ

Update: Je blijkt toch wel te kunnen reageren, dus dat heb ik dan ook gedaan. Beide posts zijn interessant, omdat er argumenten naar voren worden gebracht die ik nog niet eerder ben tegengekomen in de discussies. Het kan heel verfrissend zijn als relatieve buitenstaanders dit soort onderwerpen bespreken. Een paar opvallende punten uit de artikelen:

  • Marktwerking in de zorg bedreigt het EPD. Citaat: “Wie meent nu w√®rkelijk dat concurrenten zonder voorbehoud informatie delen waarop zij √®lk hun concurrentievoordeel baseren? Oh, vindt u dat hun beroepsethiek borgt dat zorgverleners onbeschroomd aan het EPD m√©√©registreren? Dat is na√Įef.
  • E√©n EPD voor iedereen verstoort de complexe natuur van zorgrelaties. “Gelet op het vertrouwenskarakter van juist zorgrelaties laat zich dat aardig met een porseleinkast vergelijken. Het ene EPD gaat daar als een olifant doorheen.
  • Wat is dan wel een goed idee? Volgens de auteurs: “Zo is een (virtueel) lokaal/regionaal waarneemdossier voor huisartsen zinvol, zo niet noodzakelijk” en “Expliciet samenhangende informatievoorziening binnen een ziekenhuis(groep) heeft enorme voordelen en lost de vele communicatieproblemen op waar ze daadwerkelijk optreden. Dankzij (betekenis)standaarden kan de ene zorgverlener beter begrijpen wat een andere registreerde“.
  • Auteurs schetsen enkele stereotype voordelen van het landelijk EPD en maken daarmee korte metten. Zo wordt vaak aangevoerd dat het EPD ervoor zorgt dat je niet steeds hetzelfde verhaal moet vertellen bij meerdere zorgverleners. Onzin: “Het is zo, met goede redenen, dat een arts nooit blind mag varen op een ander. Hij moet z√®lf een oordeel vormen. Een fout maken is menselijk, maar andermans fout herhalen is onvergeeflijk. De arts neemt zeker overwegingen van anderen mee in zijn overweging, maar is √®n blijft zelf verantwoordelijk. Een klein detail in een verhaal van de pati√ęnt kan leiden tot een totaal andere diagnose en daaropvolgende behandeling.
  • Een ander voordeel zou zijn het minder uitvoeren van dubbele dus onnodige onderzoeken: “Toegang tot systemen waarin zorgverleners elkaars onderzoeksresultaten kunnen raadplegen, draagt stellig bij aan vermindering van het aantal onderzoeken, al zullen daar nauwelijks kosten mee worden bespaard. Waarom niet? Zorg kost geld en moet betaald worden. Als een ziekenhuis ineens minder geld krijgt omdat een bepaalde handeling minder voor komt, gaan de kosten van de andere handelingen vanzelf omhoog. De financiering van de zorg zit zo ingewikkeld in elkaar, dat kosten en opbrengsten al vele tientallen jaren niets met elkaar gemeen hebben. Daar gaat een EPD geen verandering in brengen.

Op de artikelen valt ook wel wat af te dingen. Zo lijken de auteurs ervan uit te gaan dat het landelijk EPD √©√©n grote verzameling gegevens is, toegankelijk voor (straks) alle zorgverleners. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het wordt een virtueel dossier, met gegevens die bij de bron blijven en alleen onder strikte voorwaarden benaderbaar (toestemming patient, behandel/zorgrelatie, UZI, BSN etc.). De angst voor informatie-overload lijkt me ook niet echt gegrond. Zo is er bij het waarneemdossier heel duidelijk afgesproken welke (samengevatte) informatie wordt getoond. Alleen relevante gegevens voor een bepaald gebruiksscenario worden beschikbaar gesteld. Dat levert wel weer een ander probleem op overigens: het EPD is alleen geschikt voor de vooraf gedefinieerde gebruiksscenario’s. Als er meer scenario’s komen of – en dat gaat gebeuren – de zorg wordt anders georganiseerd, verandert ook de informatiebehoefte. En dan kan het EPD niet makkelijk meegroeien. Maar dat is een andere discussie. Een laatste citaat wat momenteel wel heel actueel is: “Versimpeling door emotionele reductie is verleidelijk, zeg tegenwoordig maar gerust journalistiek dwingend.“. Dat zien we nu heel duidelijk in alle discussies rondom het EPD. De one-liners lokken weer andere, primaire en ongefilterde reacties uit, wat de discussie bepaald niet ten goede komt.

Email this to someoneShare on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+0Share on LinkedIn0